Hawijch Elders, Dagmar Korbar en Alexander Warenberg zijn drie van de meest spraakmakende strijkers van hun generatie. Ze kennen elkaar van hun conservatoriumtijd in Amsterdam, en Hawijch en Alexander waren beiden Artist in Residence van de prestigieuze Muziekkapel Koningin Elisabeth. Hun studietijd hebben ze achter zich gelaten, de drie jonge strijkers zijn volwassen musici. Samen spelen ze een selectie uit Bachs Goldbergvariaties en het prachtige Derde Strijktrio van Beethoven.
Bachs Goldbergvariaties
Op verzoek van een rijke graaf die aan slapeloosheid leidde, componeerde Bach zijn Goldbergvariaties voor klavecimbel. De variaties zijn zorgvuldig geordend, laat dat maar aan Bach over: elke derde variatie is een canon, waarbij de intervalafstand telkens toeneemt (van unisono tot none). Daartussen staan dansachtige delen, virtuoze toccata-achtige variaties en intieme, lyrische momenten. Het hoogtepunt is een quodlibet, waarin Bach speels volksliedachtige melodieën combineert—een humoristisch gebaar aan het einde van een streng opgebouwd geheel. Hart en hoofd zijn – zoals eigenlijk altijd bij Bach – prachtig in evenwicht.
Beethoven en het strijktrio
Beethovens Derde Strijktrio behoort tot zijn laatste werken voor deze bezetting. Hoewel hij het genre zeer serieus nam, zag Beethoven deze trio’s uiteindelijk vooral als een opstap naar het strijkkwartet, waarin hij nog meer muzikale mogelijkheden vond. Juist daardoor zijn de drie strijktrio’s opus 9 uitzonderlijk ambitieus. In dit derde trio klinken al de kracht, dramatiek en verrassende contrasten die zijn latere muziek kenmerken. De drie instrumenten zijn volledig gelijkwaardig en voeren een levendige muzikale dialoog. Het werk laat horen hoe Beethoven de grenzen van het strijktrio oprekte en daarmee de weg vrijmaakte voor zijn beroemde strijkkwartetten.