Shin Sihan (viool) & Uschik Choi (piano)
- Schubert: Fantasie in C voor viool en piano, op. posth. 159, D 934
E. Grieg: Sonate voor viool en piano in c klein, op. 45
Pauze
R. Strauss: sonate voor viool en piano in Es, opus 18
Shin Sihan – Viool
De in 1994 geboren violist Shin Sihan begon op zesjarige leeftijd met vioollessen en vervolgde zijn studie bij Coosje Wijzenbeek. Sinds 2011 studeert hij bij Vera Beths aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Als solist trad hij op met onder andere Ed Spanjaard en Daan Admiraal, en werkte samen met orkesten zoals het Koninklijk Concertgebouworkest Camerata, het Nationaal Jeugd Orkest en het Nederlands Symfonie Orkest. Shin won tweemaal de eerste prijs op de Iordens Viooldagen (2006 en 2008) en ontving in 2020 de GrachtenfestivalPrijs, waarmee hij werd benoemd tot Artist in Residence 2021. Shin is ook actief als kamermusicus en maakt deel uit van het Chianti Ensemble. Hij heeft een Joseph Hel uit 1894 in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds. Zijn repertoire omvat zowel klassieke als hedendaagse werken, en hij is regelmatig te horen op festivals en concertpodia in Nederland en daarbuiten.
Uschik Choi – Piano
De veelzijdige muzikant Uschik Choi studeerde cello bij Josef Schwab en later bij Hans-Jakob Eschenburg aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn, en piano bij Rainer Becker aan de Universität der Künste Berlin. Als orkestmusicus was hij lid van de orkestacademie van het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, waar hij regelmatig wordt uitgenodigd als gastmusicus. Choi is een veelgevraagde pianist en docent, en heeft als repetitor en assistent-docent gewerkt bij diverse masterclasses. Na zijn studie richtte hij zich steeds meer op hedendaagse muziek en is hij lid van het ensemble L’art pour l’art. Zijn passie voor kamermuziek leidde hem tot andere ensembles zoals het Asian Art Ensemble, Reflexion K en KNM Berlin. Choi heeft ook deelgenomen aan de International Ensemble Modern Academy, een prestigieus programma voor jonge musici die zich specialiseren in hedendaagse muziek. Hij is regelmatig te horen op festivals en concertpodia in Europa, waar hij zowel als solist als in verschillende ensembles optreedt.
Franz Schubert (1797–1828)
Fantasie in C voor viool en piano, op. posth. 159, D 934
Franz Schubert behoort tot de absolute grootheden van de Weense Romantiek. Ondanks zijn korte leven van slechts 31 jaar, liet hij een indrukwekkend en omvangrijk oeuvre na, dat symfonieën, liederen, kamermuziek en pianosonates omvat. Schubert wordt geroemd om zijn ongeëvenaarde vermogen om melodie en emotie te combineren; zijn muziek ademt een unieke mix van lyriek, diepgang en soms lichte melancholie. De Fantasie in C voor viool en piano, geschreven in 1827, is een van zijn meest virtuoze en poëtische kamermuziekwerken. Het werk ontstond in de laatste fase van zijn leven en laat zien hoe Schubert zijn viool- en pianostem subtiel met elkaar verweeft. Centraal in het stuk staat een serie variaties op zijn lied Sei mir gegrüßt, waarin de viool de zanglijn bijna letterlijk overneemt en tot leven brengt. Het stuk is opgebouwd in een fantasieachtige structuur die de luisteraar meeneemt door uiteenlopende stemmingen. Het begint vaak intiem en contemplatief, met dromerige melodieën die langzaam uitgroeien tot uitbundige en technisch veeleisende passages. De wisselwerking tussen viool en piano vraagt niet alleen virtuositeit, maar ook een groot gevoel voor phrasing en samenspel. De Fantasie in C is zowel een emotionele reis als een toonbeeld van Schuberts meesterlijke beheersing van melodie en harmonie. Door de combinatie van ingetogen momenten, dramatische uitbarstingen en briljante variaties op een bekend lied, blijft dit werk een van de favorieten binnen het kamermuziekrepertoire en een essentieel onderdeel van het repertoire voor elke violist en pianist die hun technische en muzikale kunnen willen laten horen.
Edvard Grieg (1843–1907)
Sonate voor viool en piano in c klein, op. 45
Edvard Grieg was de belangrijkste Noorse componist van de romantiek en een van de eersten die de Noorse volksmuziek volledig in de kunstmuziek verwerkte. Zijn muziek combineert expressieve romantiek met ritmes en melodieën die geïnspireerd zijn door de ruige natuur en folklore van zijn geboorteland. Grieg’s werk ademt vaak een sfeer van melancholie, heroïsme en diepe verbondenheid met het Noorse landschap.
De sonate voor viool en piano in c klein, opus 45, is Griegs derde en laatste vioolsonate, geschreven in 1887. Hij beschouwde dit werk zelf als zijn “rijkste” kamermuziekcompositie, waarin hij zijn volwassen stijl volledig tot uitdrukking bracht. De sonate opent krachtig en gepassioneerd, met heldere melodieën en ritmische accenten die doen denken aan Noorse volksmuziek. Het tweede deel biedt een lyrisch contrast, een moment van reflectie en rust, waarin de interactie tussen viool en piano intiem en poëtisch is.
De finale van de sonate bruist van dansende energie, met ritmes en wendingen die het Noorse landschap bijna tastbaar maken. Het werk vraagt van de uitvoerders een combinatie van technische beheersing en muzikaal inzicht, omdat het zowel virtuositeit als gevoel voor kleur en nuance vereist. Griegs vioolsonate blijft een van de meest geliefde werken in het vioolrepertoire, vanwege de combinatie van expressieve kracht, melodische schoonheid en culturele eigenheid.
Richard Strauss (1864–1949)
Sonate voor viool en piano in Es, op. 18
Richard Strauss, later wereldberoemd om zijn opera’s en symfonische gedichten zoals Also sprach Zarathustra, schreef deze vioolsonate in 1887–1888, toen hij nog een jonge twintiger was. Ondanks zijn jeugdige leeftijd laat het werk al zijn flair voor melodie, drama en rijke harmonieën zien. Strauss combineert in deze sonate de technische eisen van de viool met een diep romantische, bijna vocale lyriek in zowel viool als piano.
De sonate bestaat uit meerdere delen met duidelijke contrasten: het openingsdeel is energiek en virtuoos, met ritmische drive en kleurrijke harmonieën. Het middendeel is een van de meest lyrische passages in zijn vroege oeuvre; hier toont Strauss zijn gevoel voor subtiele expressie en melodische lijn. De finale sluit af met een indrukwekkende, jeugdige bravoure, waarbij de energie van het openingsdeel wordt hernomen en uitgemond in een briljante climax.
Het werk is een prachtig voorbeeld van laatromantische kamermuziek, waarin zowel de technische mogelijkheden van de instrumenten als de expressieve kracht van de componist volledig benut worden. Voor uitvoerders is de sonate een uitdaging op technisch en muzikaal vlak, en voor luisteraars een reis door verschillende emoties, van contemplatief tot heroïsch en extatisch.
Strauss’ vioolsonate wordt vaak gezien als een brug tussen de klassieke kamermuziektraditie van Mozart en Beethoven en zijn latere, monumentale orkestwerken, en is daardoor zowel historisch als muzikaal fascinerend.